De geschiedenis van de anesthesie
Het is in het jaar 1771 als Priestly de zuurstof en het Lachgas of N2O ontdekt.
Voor die tijd was er van enige narcosetechniek nog geen enkele sprake.
Men werd verdoofd zoals door de oude Egyptenaren werd gedaan.
Men verdoofde of helemaal niet, of alleen met een grote hoeveelheid alcohol.
Het was Davy die bij toeval in 1800 de pijnstillende werking van Lachgas ontdekte.
Hij leed aan kiespijn, tijdens proefnemingen ademde hij lachgas in en merkte dat de kiespijn verdween om vervolgens weer terug te keren als hij de inademing van lachgas staakte.
Proefpersonen maakten allerlei potsierlijke bewegingen na inademing van Lachgas (en ook Ether).
Dit tot grote hilariteit van omstanders.
Hier dankt lachgas dan ook zijn eigenlijke naam aan, men moest lachen om de persoon die zo raar ging doen na het inademen van lachgas.
Zelf kon men in die tijd een lachgas toestel huren om thuis dit spelletje op te voeren.
Rond 1900 werd het mogelijk om lachgas en zuurstof in cilinders te stoppen.
Hierdoor konden de pijnstillende of analgetische eigenschappen van lachgas beter benut worden omdat nu extra zuurstof aan de patixebnt aangeboden kon worden.
Al snel kwamen ook de eerste etherverdampers.
Hierdoor ontwikkelde zich de inhalatie narcose.
De patixebnt kon tot dan toe echter alleen onder narcose gebracht worden door middel van het kapje.
Het is vanaf deze tijd dat de moderne anesthesie zich begint te ontwikkelen tot dat wat we nu kennen. Slaapmiddelen, spierverslappers en pijnstillers ontwikkelden zich vanaf de jaren zestig steeds verder. Middelen werken steeds korter en met minder bijwerkingen.
